Duitsland Expeditie 2015

Dit jaar was onze bestemming Idar-Oberstein en omgeving; een locatie aan de zuidflank van het Hunsrückgebergte in Rheinland Pfalz in Duitsland, beroemd om z’n mineraal- en ertsvoorkomens.



Vrijdag 11 september :

Nadat de bagage in de aanhanger was geladen vertrokken we richting Idar-Oberstein. We maakten een kleine omweg om bij Daun (een plaats in de Eifel in Duitsland), kratermeren (maaren) van 50 duizend jaar oude vulkanen te kunnen bekijken. De twee, die wij gezien hebben vertoonden onderling een verschil in waterniveau van ongeveer 50 meter. Dit was in één blikveld waar te nemen; heel bijzonder!


Hierna werd onze reis voortgezet richting Hunsrück. De plaats van bestemming, een Ferienpark in Hambachtal bereikten we in de loop van de middag. De bloemkool, gekookte aardappelen en schnitzels die avond lieten zich uitstekend smaken. De dag werd afgesloten met (een) drankje(s).


Zaterdag 12 september :

Zaterdagochtend na het ontbijt zijn we vertrokken naar de steengroeve van de firma Juchem & Söhne GmbH & Co. bij Niederwörresbach. Deze steengroeve is reeds 100 jaar in bedrijf en produceert vulstoffen voor de wegenbouw en ze recyclen oud asfalt. Voor geïnteresseerde: de groeve is uitsluitend op zaterdag en zondag op afgebakende gedeeltes toegankelijk.

Website : Steinbruch Juchem & Söhne GmbH & Co. - KG Mühlenstraße 1, 55758 Niederwörresbach


In de groeve zijn in het verleden vele fraaie mineralen en Geodes gevonden. Vandaar onze interesse om hier eens te gaan kijken. De steile klim van ongeveer 1½ km. kon ons hier niet van weerhouden. Bovengekomen troffen we een bij elkaar geschoven hoop stenen aan. Er waren al meerdere mensen aan het hakken. Na verloop van tijd begonnen we ons wel af te vragen of het geïnvesteerde kapitaal van € 8,00 p/p wel de moeite waard was. Tijdens een kort gesprekje met een vriendelijk stel van de beveiliging werd ons een betere plek gewezen.


We vertelden hen over ons museum in Nederland. Ze vonden dat zeer bijzonder en er ontstond een vriendelijke band. Het gevolg was, dat aan het einde van de dag, ze aanboden alle door ons gevonden stenen inclusief tassen en gereedschap met de auto mee naar beneden te nemen. Dit konden (en wilden) we natuurlijk niet weigeren, vooral omdat we intussen al een aardig gewicht aan stenen hadden weten te vergaren.


Op het terras beneden lieten we een eivormige steen zien. De eigenaar van de uitspanning, zagerij en slijperij stelde voor deze door te zagen. Aldus geschiedde; de gebruikte machine (zwaar antiek) werkte perfect. Er stonden ook zand-slijpstenen van meer dan 100 jaar oud. De doorgezaagde steen bleek niet hol te zijn (zoals we gehoopt hadden) en bleek ook geen andere mineralen dan Calciet te bevatten.


De stemming steeg gelijk met onze trek naar eten. Op parkeerplaats was een barbecue aangestoken, en Henri vroeg aan de bazin “wat eten we vanavond?” Ze antwoordde met de wedervraag “willen jullie soms mee-eten?” Daar hoefden we niet lang over na te denken. De maaltijd bestond uit een heerlijk stuk vlees van de nek van het varken met een aardappel- en rettichsalade en was erg goedkoop. We besloten om de volgende dag wieder zum Juchem zu gehen en spraken vast af weer precies hetzelfde te komen eten.


Tenslotte hebben we ten behoeve van het museum het boek “Juchem” gekocht. In dit prachtige rijkelijk van foto’s voorziene werk komt uitgebreid onder meer de geschiedenis, de geologie en de mineralogie van de groeve en omgeving aan bod. De o.a. door bekende Duitse geologen geschreven artikelen zijn van een hoog niveau en zeer lezenswaardig.


Zondag 13 september :

Nadat we om 07:00 uur waren opgestaan om voor 10:00 uur in de groeve te kunnen zijn kwamen we tot de ontdekking dat er te weinig brood in huis was. Albert en Henri hebben “slechts” 18 km. gereden om bij een op zondag geopende bakker 15 verse broodjes te kunnen bemachtigen.


Het advies van gisteren om in het vaste gesteente te gaan hakken en niet in de door de Caterpillar bij elkaar geschoven hoop stenen, hebben we ter harte genomen. Echter, in de loop van de dag begon het steeds vaker en harder te regenen. Maar de “diehards” van de Oersprong wisten van geen ophouden en vonden toch nog een aantal fraaie mineralen.


Nadat we alles naar beneden hadden gezeuld (dit keer wel) hebben we in onze stamkroeg weer een paar biertjes gedronken en voor de tweede maal vorstelijk gegeten.


Maandag 14 september :

Na (alweer) vroeg te zijn opgestaan vertrokken we richting Edelsteenmijn bij Steinkaulenberg. Vanaf de parkeerplaats was het een wandeling van 1½ km. naar de ingang. Daar werden we nadat we een veiligheidshelm en een digitale gids in het Nederlands hadden ontvangen door een vriendelijke aantrekkelijke jongedame welkom geheten en vervolgens rondgeleid in de mijn.


Ze vertelde over de ontstaanswijze van het gesteente en over van de soms bijzondere mineralen bevattende geodes (letterlijk: holtes). Als deze geodes gesloten zijn wordt dit vaak Mandelfüllung genoemd; zijn de holtes open dan wordt er gesproken over Drusen. Ook de stroomrichting van de lava kan men aan de vorm van de Geodes aflezen. De holten (“Blasen”) in het vulkanische gesteente zijn ontstaan door gasvorming vanuit de lava. Vooral water en koolzuurgas ontsnappen via spleten en scheuren uit de smelt; tijdens het proces van afkoeling vindt mineralisatie plaats en kunnen de ontstane holtes geheel of gedeeltelijk opgevuld worden.


De kunstmatige verlichting in de mijn zorgde voor een weelderige flora van varens en mossen. Hierdoor is als het ware een kunstmatig habitat ontstaan. Als de verlichting langdurig uit zou staan, zouden de varens en mossen verdwijnen. Slechts een paar maanden in de winter is het licht uit en de mijn aardedonker.


De gids hield ook van grapjes, ze vertelde bij de in de zijgangen zichtbare projecties van filmpjes, dat daar bezoekers voor straf aan het hakken waren gezet. Ze zouden zonder te betalen de mijn in zijn gegaan. Ook vertelde ze (en dat was serieus) dat een arbeider één jaar bezig was om één kubieke meter uit de mijn weg te hakken. Gemiddeld werd een mijnwerker niet ouder dan 40 jaar.


Bij de ingang stond een beeldje van de heilige Barbara (de beschermheilige van de mijnwerkers) ze moet voor deze mensen veel hebben betekend.


Binnen was het op de ondergrondse meertjes na droog, met de Bergmannsgruß "Glück auf" namen we afscheid van onze gids, maar eenmaal buiten bleek de regen met bakken naar beneden te komen.


In Idar (of was het Oberstein?) hebben we een winkel bezocht, voor eventueel aan te schaffen prepareergereedschap. Slijp- en polijstmachines genoeg, maar helaas toaal niets op het gebied van fossielpreparatie.


Het diner die avond bestond uit heerlijke Chili con carne; bereid door onze koks Albert en Henri.


Dinsdag 15 september :

Een rustdag. We hebben lekker uitgeslapen, zijn een beetje wezen rondrijden en hebben de indrukken van de vorige dagen de revue laten passeren. In de buurt van het Hambachtal staat in het Zauberwald een uitkijktoren, deze hebben we aangedaan en beklommen. Dit fraaie stukje architectuur is opgetrokken uit 4 pijlers van sparrenstammen uit één stuk, ik denk wel van 25 meter lengte.


Het uitzicht is natuurlijk fantastisch; je kijkt uit over de bossen van de Hunsrück. Wat wel opvalt is de enorme hoeveelheid windmolens overal in het landschap (het is daar bovenin dan ook moeilijk een volledig windmolenloze foto te maken).


s ’Avonds hebben de “huiskoks” ons verrast met de restjes van de Chili con carne van gisteren en een hemels yoghurt-met-fruittoetje.


Woensdag 16 september :

Het dauwtrap duo (Harrie en Wouter) was van plan om deze morgen om 06:00 uur te vertrekken. Maar omdat het stevig en langdurig regende had men daar van af gezien en werd er gekozen voor het op een oor blijven liggen.


Om 08:00 uur echter werd jarige Harrie uit zijn bed gezongen. Naast de officiële inauguratie van de 60 jarige ging men aan een grandioos ontbijt met koffie. De voortdurende regen was geen beletsel de deur uit te gaan en ons te begeven naar het Deutsches Mineralienmuseum in Idar-Oberstein.


We troffen daar een collectie aan met zeer bijzondere stukken waaronder:


-  Aragonieten in vele verschijningsvormen.

-  Manshoge Amethistgeodes, enkele, dubbele, sommige driedubbel,
sommige fallusvormig weer andere meters diep.

-  Calcieten waar dendrieten in aanwezig waren.

-  Fossiele algen.

-  Grote plakken fossiel hout (o.a. Palmhout en Auracaria)

-  Manshoge woestijnrozen.

-  Bijna alle kroonjuwelen van alle vorstenhuizen van de wereld (het waren uiteraard wel replica’s)


Kortom, te veel om allemaal op te noemen; alles van een uitzonderlijke schoonheid.
We hebben veel inspiratie opgedaan o.a. wat betreft het inrichten van een expositie.


De achtergrondinformatie was echter gering, men zal waarschijnlijk gedacht hebben: waar de verbazing domineert is weinig plaats voor informatie. Een klein zaaltje was ingericht als een door waterkracht aangedreven – slijp- en zaagmachine werkplaats.

Website : Deutsches Mineralienmuseum - Hauptstraße 436, 55743 Idar-Oberstein


Na ongeveer 3 uur binnen te zijn geweest hebben we op het tegenoverliggend overdekte terras een paar biertjes genuttigd (het bleek nog steeds te regenen).


De eet-wens van de jarige Harrie was: boerenkool met worst en spek. Helaas was er bij de Lidl, Aldi of Pennie geen boerenkool te bekennen. Dus werd het na goed overleg: Rode kool met worst en rode Dornfelder (Duitse wijn).


Donderdag 17 september :

Bij het krieken van de dag - 06:00 uur – kneep Wouter (zoals afgesproken) in de teen van Harrie met de mededeling: “het is droog”. Dit bleek een magische uitwerking te hebben, want Harrie stond bijna onmiddellijk naast z’n bed. Dit keer kon de dauw wel getrapt worden.


Het pad door het bos leidde naar Hattgenstein en vertoonde weinig zichtbaar wild of ander gedierte; om de eenvoudige reden: het was nog pikdonker. Het kerkje in Hattgenstein was heel bijzonder: het zag er uit als een woonhuis, alleen het klein torentje met klok duidde op een kerkje. Zowel torentje als dak waren volledig bedekt met leisteen. De weg terug leidde over hetzelfde pad (er was geen ander) en het werd geleidelijk aan licht. Het bleek dat er allerlei plantjes groeiden zoals: st. Janskruid, Chichorei, Grasklokje; verder wilde appel en wilde pruim. Bij terug-komst was de tafel gedekt – helaas met maar één broodje per persoon – maar met heerlijke koffie.


We vertrokken met z’n allen naar de kopermijn “Grube Hosenberg” nabij Fischbach. De winning van kopererts werd door een gids uitgelegd. Hij loodste ons door de enorme en kleinere ruimtes. Al in 15de eeuw werd hier koper gewonnen, de mijn werd in 1792 gesloten. Na een korte opleving in 1916/1917 was het in 1936 echt einde verhaal (een rendabele winning was niet meer mogelijk). In 1975 is de mijn als museum heropend.


De rondleiding gaf een goed beeld van de barre omstandigheden waaronder de mijnwerkers destijds gewerkt moeten hebben. Terug beneden kregen we een demonstratie van het sorteren en uitsmelten van koper. Het waterrad zorgde voor de aandrijving van de diverse machines. Hans werd inmiddels door de gids bevorderd tot “Schmeltzmeister”


Het koper had een zuiverheid van 95% en 5% zilver. Nederland was een grote afnemer van het koper in de tijd dat deze kopermijn nog operationeel was. Na een enige uitleg over waar we zelf mee bezig zijn in Nederland en het overhandigen van onze museumfolder ontvingen we een zeer fraai stuk Malachiet (koperhoudend ertsmineraal).

Website : Historisches Kupferbergwerk - Hosenbachstraße 17, 55743 Fischbach (Nahe)


Volgend reisdoel via de L160, was de authentieke slijperij van Ernstotto Biehl (tussen Kempfeld en Herrstein). Ook hier weer een waterrad dat een waar spinnenweb aan lederen banden 24 uur per dag in beweging hield (en houdt). De banden zorgen op hun beurt weer voor het ronddraaien van slijp-stenen en polijsttrommels. Zeer bezienswaardig.


Van de Meister zelf kregen we nog een stuk zandsteen dat ooit gebruikt was in z’n slijperij. De oorspronkelijk slijp-steen was afkomstig uit het zuidelijker gelegen Kaiserslautern en heeft ooit 3 ton gewogen en een doorsnede van 2 meter gehad. Het bedrijf heeft het 4 generaties uitgehouden, helaas is er nog geen opvolging.


Herr Biehl heeft ons toegezegd om voor ons museum een set slijpsels in verschillende stadia te maken. Deze hopen we over een paar maanden op te kunnen gaan halen! De apart ingerichte shop gaf ons een zeer mooie indruk van wat deze familie heeft geproduceerd.

Website : Edelsteinschleiferei Ernstotto Biehl - Asbacherhütte 2, 55758 Asbacherhütte


De dag werd afgesloten met een bezoek aan nog een slijperij. Hier worden alleen de kernen van Geodes en Agaten gebruikt. Het restmateriaal komt buiten op een grote berg terecht. Men kan daar tegen betaling een emmertje (of twee) bij elkaar zoeken. Dit hebben we aldus gedaan.


Het diner bestond uit: restjes van gisteren en we hebben er smakelijk van gegeten. Alle gevonden objecten hebben we die avond gereed gemaakt voor transport naar huis. Deze week was een week vol verassing, verbazing, inspiratie en informatie over (edel)steen winning, bewerking en handel.


Het was zeer de moeite waard!

Film impressie van de Duitsland expeditie 2015.

Sitemap    –     Privacybeleid    –     Disclaimer
Last Modified: vrijdag 15 december 2017