Schematische weergave van het zonnestelsel


Deze pagina wordt het best bekeken met Google Chrome
1 AE = 499 Licht-seconden
1 AE = 8,317 Licht-minuten
1 = Licht-jaar = 63.241 AE
1 AE = 149.597.870.700 meter
            149,6 miljoen kilometer
  • Zon

    De Zon

    Diameter : ± 1.392.684 kilometer
    Omwentelingstijd eigen as : 25,38 dagen (equator)
    Afstand dichtstbijzijnde ster : 4,2 lichtjaar (Proxima Centauri)
    Volume : 1.300.000 miljoen maal groter dan de Aarde

    Alle planeten in ons Zonnestelsel draaien om de Zon

    Meer dan 4½ miljard jaar geleden ontstond de Zon uit een enorme wolk van inter-stellair gas. Naarmate er door wisselwerking tussen de deeltjes meer gas, zoals helium en waterstof, naar het centrum werd getrokken, namen de druk en de temperatuur geleidelijk toe. Het meest voorkomende kernfusieproces in de Zon is de netto versmelting van vier waterstofkernen (protonen) tot één enkele helium-kern. De temperatuur van de Zon ligt circa rond de 15 miljoen graden Celcius in de centrale kern waar de dichtheid en de temperatuur hoog genoeg zijn om fusie-reacties te veroorzaken. In de stralingsgordel is de dichtheid van de zonnematerie hoog genoeg voor radiatief (met straling) transport van warmte naar buiten. De convectieve zone strekt zich uit vanaf 0,75 maal de straal van de Zon tot het oppervlak. De temperatuur neemt in deze zone af van 2 miljoen Kelvin naar 5300 Kelvin. De Zon is een gele ster uit middelgrote klasse. Dat betekent dat zij veel heter en zwaarder is dan de gemiddelde ster, maar veel kleiner dan de blauwe reuzensterren. De Zon is het grootste hemellichaam in het zonnestelsel. De berekende levensduur van een ster als de Zon, dat wil zeggen de tijd waarin kernreacties haar van energie voorzien, bedraagt ± 10 miljard jaar. De Zon is het enige voorwerp in ons zonnestelsel dat licht geeft. Het zichtbare Zonlicht dat de Aarde ontvangt van de Zon is afkomstig van de fotosfeer. Zonder deze intense energie en warmte van de Zon in combinatie met voldoende zuurstof en water is er geen enkele vorm van leven op Aarde mogelijk.

  • Mercurius

    De planeet Mercurius

    Diameter : ± 4.848 kilometer
    Afstand tot de zon : ± 46.000.000 tot 70.000.000 kilometer
    De omlooptijd om de zon : 88 dagen (aardse dagen)
    Omwentelingstijd eigen as : 58 dagen, 15 uur en 30 minuten (aardse dagen)

    Mercurius legt geen perfecte ronde baan om de Zon af maar een baan die een rozet beschrijft. Mercurius is de dichtst bij de zon staande en tevens de kleinste planeet in ons zonnestelsel. Het zonlicht op Mercurius oppervlak is ongeveer negen keer zo intens als op Aarde. Door de ijle atmosfeer is de hemel zowel 's nachts als overdag zwart. Mercurius heeft veel kraters en kent enorme temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Overdag is de temperatuur ± 430° graden en `s nachts ± -180° graden Celsius. Deze planeet is massief en rotsachtig, haar kern is van ijzer. Het oppervlak van Mercurius is bezaaid met inslagkraters en lijkt veel op dat van de Maan. De meest in het oog springende inslagstructuur is het multi-ring Caloris Bassin, 1350 kilometer in diameter en er omheen een rand van bergen van ongeveer 2 kilometer hoog. Verder zijn er nog talloze valleien, heuvels en vlaktes te vinden. Opmerkelijk is dat deze kleine planeet een vrij sterk magnetisch veld vertoont. Mogelijk wordt dit magnetisch veld, net als dat van de Aarde, opgewekt door een 'dynamo' van het circulerend vloeibaar kernmateriaal. Het is ook goed mogelijk dat het huidige magneetveld deels een overblijfsel is van een vroeger dynamo-effect dat nu niet meer actief is en is gefossiliseerd in gestold magnetisch materiaal. Mercurius draait in 88 dagen om de Zon en in 58 dagen om zijn as. Die combinatie zorgt ervoor dat één etmaal op Mercurius ruim 176 aardse dagen duurt. Ongeveer eens in de tien jaar komt Mercurius vanaf de Aarde gezien voor de Zon langs. We kunnen hier dan een kleine zwarte stip langzaam over de zonneschijf zien bewegen. De eerstvolgende Mercuriusovergang is op 9 mei 2016.

  • Venus

    De planeet Venus

    Diameter : ± 12.104 kilometer
    Afstand tot de zon : ± 108.200.000 kilometer
    De omlooptijd om de zon : 224,7 dagen (aardse dagen)
    Omwentelingstijd eigen as : 243 dagen en 14 minuten (aardse dagen)

    Vanaf Aarde gezien is Venus op de Zon en de Maan na het helderste object aan de hemel. Venus draait in tegenovergestelde richting dan alle andere planeten in 243 dagen om zijn as. Van alle planeten in het zonnestelsel is dit de traagste om-wentelingstijd. Venus heeft 2 werkende vulkanen waardoor de korst continu in beweging is en het oppervlak regelmatig wordt overspoeld met lava maar in tegenstelling tot de Aarde komt er geen platentektoniek voor. Venus gaat altijd schuil onder een dik wolkendek van fijne druppels zwavelzuur. Het geeloranje-kleurige wolkendek draait sneller om de planeet dan zij zelf draait. Venus heeft de dichtste atmosfeer van alle lichamen in het zonnestelsel. De atmosfeer bestaat voornamelijk uit koolstofdioxide. Vanwege de hoge temperatuur aan het oppervlak is er op Venus geen vloeibaar water mogelijk en als dit ooit aanwezig is geweest, is het verdampt en daarna aan de zwaartekracht van de planeet ontsnapt. Venus is alleen zichtbaar gedurende een ½ à 4 uur na zonsondergang of vóór zonsopkomst. Dit is sterk afhankelijk van de positie van Venus en Aarde ten opzichte van elkaar. Hierdoor wordt Venus ook wel avondster of morgenster genoemd. Venus is klein, massief en rotsachtig, het oppervlak bestaat uit 2 hoogvlaktes met daartussenin een aantal grote dieptes. Intern vertoont Venus veel overeenkomsten met de Aarde. Een Venusovergang is het verschijnsel dat vanaf de Aarde gezien de planeet Venus voor de Zon langs schuift. De Venusovergang is een prachtig zichtbaar verschijnsel waarbij een 'zwarte cirkel' langzaam over de Zon kruipt. Venus-overgangen zijn periodiek, maar zeer zeldzaam. Afgezien van de zeldzaamheid was de oorspronkelijke waarneming van een Venusovergang van groot belang omdat daarmee de omvang van het zonnestelsel kon worden bepaald. Pas op 11 december 2117 gebeurt dat nog een keer.

  • Aarde

    De planeet Aarde

    Diameter : ± 12.756 kilometer
    Afstand tot de zon : ± 149.600.000 kilometer
    De omlooptijd om de zon : 365,2422 dagen (= 1 Jaar)
    Omwentelingstijd eigen as : 23 uur, 56 minuten en 4,091 seconden (= 1 Dag)
    Aantal bekende manen : 1

    Onze Aarde draait in een licht excentrische baan rond de Zon. Het aardoppervlak is voor ± 71% bedekt met water in de vorm van zeeën, oceanen en onder water staande gedeelten van de continenten, de rest bestaat uit continenten en eilanden. Het water opgeslagen in ijs wordt wel de cryosfeer genoemd. Het meeste ijs bevindt zich in de poolkappen op Antarctica en Groenland. Ook is er water opgeslagen als zee-ijs of in gletsjers in hooggebergtes. Het voorkomen van grote hoeveelheden vloeibaar water aan het aardoppervlak maakt de Aarde uniek en onderscheidt haar van andere planeten. Vanwege dit feit wordt de Aarde wel de "Blauwe Planeet" genoemd. Water is absoluut noodzakelijk voor het overleven van alle bekende levensvormen. De Aarde bezit één natuurlijke satelliet, namelijk de Maan. De aantrekkingskracht van de Maan zorgt mede voor getijden op onze Aarde. De aan-trekkingskracht van de Aarde op de Maan heeft ervoor gezorgd dat de omlooptijd en rotatieduur van de Maan even lang is als die van de Aarde. Als gevolg daarvan is vanaf Aarde altijd dezelfde kant van de Maan te zien. Over de eerste paar miljard jaar van de Aardse geschiedenis is relatief weinig bekend, doordat fossielen van organismen, die toen nog uitsluitend uit zacht weefsel bestonden, slecht bewaard zijn gebleven. Het eerste leven op Aarde moet ontstaan zijn uit zelf-reproducerende moleculen in haar oceanen, volgens sommige interpretaties al 3,8 miljard jaar geleden. Uit simpele organische stoffen ontstonden materialen zoals aminozuren en nucleotiden, die later uitgroeiden tot eiwitten en ribonucleïnezuur, de bouwstoffen voor leven. Volgens de meest gangbare hypothese zal de evolutie van de Zon uiteindelijk het einde van de Aarde betekenen.

  • Maan

    De Maan

    Diameter : ± 3.476 kilometer (equator)
    Afstand tot de Zon : ± 150.384.450 kilometer
    Afstand van de Aarde : ± 384.450 kilometer
    De omlooptijd om de Aarde : 27,3217 dagen (= 1 maand)
    Omwentelingstijd eigen as : 27 dagen 7 uur en 43,7 minuten (aardse tijd)

    De Maan is de enige natuurlijke satelliet van de Aarde en is de op vier na grootste maan van ons zonnestelsel. Doordat de Maan een elliptische baan om de Aarde aflegt, varieert de afstand tussen Maan en Aarde. Het punt waar de Maan het verst van de Aarde afstaat heet Apogeum (afstand Maan-Aarde 405.500 km.) en het punt waar de Maan het dichtst bij de Aarde staat heet Perigeum (afstand 363.345 km.) De baan om de Aarde is ongeveer 160.000 km. lang. In de loop van de tijd is de afstand tussen de Maan en de Aarde steeds groter geworden. Momenteel is de jaarlijkse toename circa vier centimeter per jaar. De Maan vertoont schijngestalten doordat gewoonlijk slechts een gedeelte van het vanaf de Aarde zichtbare maan-oppervlak door de Zon wordt verlicht. De Maan geeft dus zelf geen licht, maar weerkaatst zonnestralen. Na nieuwe Maan volgt wassende Maan. Die gaat via het eerste kwartier naar volle Maan. Daarna wordt het afnemende Maan of krimpende Maan die via het laatste kwartier opnieuw naar nieuwe Maan gaat. Deze cyclus van de Maan is sinds mensenheugenis gebruikt als middel om de tijdmeting aan te relateren. De Maan is samen met de Zon en in combinatie met de rotatie van de Aarde, verantwoordelijk voor de getijden op de Aarde. Het grootste deel van het maanoppervlak is bedekt met inslagkraters. De meeste hiervan zijn gelegen in de zogenaamde hooglanden van de Maan. Deze kraters stammen uit de tijd van het grote oer-bombardement, waarin restanten van het ontstaan van het zonnestelsel op de planeten en hun manen terecht kwamen. De gangbare theorie is dat de Maan is ontstaan doordat de Aarde botste met Theia, een planeet van ongeveer de grootte van Mars.

  • Mars

    De planeet Mars

    Diameter : ± 6.796 kilometer
    Afstand tot de zon : ± 227.800.000 kilometer (gemiddelde afstand)
    De omlooptijd om de zon : 686,98 dagen (aardse dagen)
    Omwentelingstijd eigen as : 24 uur, 37 minuten en 22,6 seconden (aardse tijd)
    Aantal bekende manen : 2

    Mars bevindt zich gemiddeld op 230 miljoen kilometer van de Zon. 's Nachts is Mars met het blote oog vanaf de Aarde te zien als een heldere roodachtige "ster" Rondom Mars draaien twee natuurlijke manen. Beide hebben een onregelmatige, aardappel-achtige vorm en hun banen liggen relatief dicht bij de planeet. Phobos met een doorsnee van 28 kilometer heeft een omlooptijd van slechts 7 uur en 40 minuten. Deimos met een doorsnee van 16 kilometer heeft een omlooptijd die dicht bij de rotatieperiode van Mars ligt, namelijk ruim 30 uur. Waarschijnlijk zijn de 2 manen vroeger twee aparte planeten geweest, hoe Mars de twee manen heeft ingevangen is onduidelijk. Van alle planeten lijkt het klimaat op Mars het meest op dat van de Aarde, hoewel de seizoenen op Mars vanwege de langere omlooptijd rond de Zon ongeveer twee keer zo lang duren dan op Aarde. De oppervlakte-temperatuur op Mars kan tussen -140 ° Celsius in de poolwinter tot 20 ° Celsius in de zomer variëren. Op de noordpool groeit elke winter een één meter dikke laag droogijs aan, op de zuidpool is de laag dikker, circa acht meter en permanent aanwezig. Vloeibaar water kan slechts voor korte tijd voorkomen op de laagst-gelegen plaatsen aan de oppervlakte van Mars, elders verdampt of bevriest het onmiddellijk. Een opvallend seizoensgebonden klimaatverschijnsel op Mars zijn de stofstormen. Er bevindt zich een groot aantal inslagkraters op Mars. Ongeveer 43.000 daarvan hebben een diameter groter dan 5 km. De grootste vulkaan van het zonnestelsel ligt op Mars, deze is ± 24 kilometer hoog. De kern van Mars bestaat uit ijzer aangevuld met 14-17% zwavel en kleinere hoeveelheden andere elementen, waaronder nikkel. Tenminste een deel van de kern van Mars moet nog vloeibaar zijn blijkt uit metingen van het zwaartekrachtsveld van Mars. Na Mars blijft het een hele tijd leeg in ons zonnestelsel.

  • Ceres

    De dwergplaneet Ceres

    Diameter : ± 974,6 kilometer
    Afstand tot de zon : ± 413.690.250 kilometer
    De omlooptijd om de zon : 4,6 jaar (aardse jaren)
    Omwentelingstijd eigen as : 9 uur en 4 minuten (aardse tijd)

    De Oortwolk; na het ontstaan van het zonnestelsel vormden zich in de binnenste delen van het zonnestelsel de planeten. Hier en daar bleven er nog brokstukken over die nooit samenklonterden tot een planeet. Planetoïden ook wel asteroïden genoemd, zijn rotsachtige hemellichamen. De term 'planetoïde' betekent kleine planeet. Vooral tussen Mars en Jupiter draaien ze in een baan om de Zon heen. Er zijn er meer dan 2.500 zichtbare en daarnaast nog duizenden hele kleine. De grootste planetoïden zijn Pallas en Vesta. Ceres is de kleinste dwergplaneet in het zonnestelsel en bevind zich als enige in de planetoïdengordel. Zijn baan om de Zon heeft een inclinatie van ongeveer 10,6° en een lichte excentriciteit. Ceres heeft een rotsachtige kern met daaromheen een mantel van ijs. Deze honderd kilometer dikke mantel bevat ongeveer 200 miljoen kubieke kilometer aan water. Dat is meer dan al het zoete water op Aarde. De maximale temperatuur van het oppervlak naar de Zon gericht is ongeveer -38° Celsius. Deze dwerg is waarschijnlijk een overblijfsel van een protoplaneet, die ongeveer 4,57 miljard jaar geleden in de planetoïdengordel werd gevormd. Hoewel de meeste protoplaneten in het binnenste deel van het zonnestelsel met elkaar zijn samen gegaan of zijn weggeworpen door de zwaartekracht van Jupiter, denkt men dat Ceres het als enige heeft overleefd. Ceres heeft een schijnbare helderheid van tussen de 6,7 en 9,3. Dit betekent dat Ceres niet te zien is met het blote oog. Op 27 september 2007 lanceerde NASA de ruimtesonde Dawn om Vesta en Ceres te gaan verkennen. Uit observaties blijkt dat de dwergplaneet een bolle vorm heeft, dit in grote tegenstelling tot de meeste andere objecten in de planetoïdengordel. De Oortwolk heeft de vorm van een bol en een straal van 1 à 2 lichtjaar, dit verklaart onder andere waarom kometen overal aan de Aardse hemel kunnen verschijnen.

  • Jupiter

    De planeet Jupiter

    Diameter : ± 142.984 kilometer (equator) 133.708 kilometer (polair)
    Afstand tot de zon : ± 778.300.000 kilometer
    De omlooptijd om de zon : 11,86 jaar (aardse jaren)
    Omwentelingstijd eigen as : 9,84 uur (aardse tijd)
    Aantal bekende manen : 63

    Jupiter is vanaf de zon gezien de vijfde en tevens grootste planeet van ons zonne-stelsel. De massa van Jupiter is 2,5 keer zo groot als alle andere planeten bij elkaar. Een onmisbaar detail in de Joviaanse atmosfeer is de zogenaamde Grote Rode Vlek iets ten zuiden van de evenaar. Dit is een gigantische wervelstorm, enkele malen groter dan onze Aarde, die al minstens 300 jaar voortraast. Jupiter is een gas-reus en beschikt dus niet over een vast oppervlak. Jupiter heeft geen of slechts een kleine ijzeren kern en tóch een uiterst krachtig magnetisch veld. De energie-productie in het centrum van deze gasplaneet, met een temperatuur van circa 24.726.85° Celsius is enorm. En daarmee onderscheidt Jupiter zich wederom van alle andere planeten. Het hemellichaam straalt namelijk ruim anderhalf keer zoveel energie uit dan hij van de Zon ontvangt. Jupiter bezit een relatief vage ring van stof en gruis op ongeveer 100.000 kilometer van zijn 'oppervlak'. Met een dikte van minder dan 30 kilometer en een maximale breedte van maximaal 7000 kilometer valt deze echter vrijwel in het niet bij het enorme ringenstelsel van Jupiter's naaste buur, Saturnus. Jupiter heeft minstens 63 manen, 47 hiervan hebben een diameter kleiner dan 10 kilometer. De vier grootste Galileïsche manen zijn: Io, Europa, Ganymedes en Callisto. In 2001 waren er ongeveer 12 manen bekend. Later is er nog een groot aantal andere manen ontdekt en in 2004 zijn er zo'n 63 objecten geïdentificeerd. Jupiter vervult een zeer belangrijke functie binnen het zonnestelsel. Doordat hij zwaarder is dan alle andere planeten tezamen is hij een belangrijke component van het massa-evenwicht van het zonnestelsel. Door zijn grote massa stabiliseert hij de planetoïdengordel; zonder Jupiter zou er gemiddeld iedere 100.000 jaar een planetoïde uit de 'planetoïden-gordel' de Aarde kunnen treffen en hierdoor zou leven op Aarde belemmerd, zo niet onmogelijk worden.

  • Saturnus

    De planeet Saturnus

    Diameter : ± 120.536 kilometer (equator) 108.728 kilometer (polair)
    Afstand tot de zon : ± 1.429.400.000 kilometer
    De omlooptijd om de zon : 29,45 jaar (aardse jaren)
    Omwentelingstijd eigen as : 10 uur en 32 tot 47 minuten (aardse tijd)
    Aantal bekende manen : 65

    De samenstelling van Saturnus lijkt veel op die van Jupiter, ook een gas-reus. In het centrum bevindt zich een rotsachtige kern, daaromheen een mantel van vloeibaar metallisch waterstof, gevolgd door een laag van moleculair waterstof. In de kern bedraagt de temperatuur circa 11.726.85° Celsius. Als gevolg van het Kelvin-Helmholtz mechanisme straalt Saturnus meer energie uit dan hij ontvangt van de Zon. Op Aarde bestaat een duidelijke scheiding tussen land, water en atmosfeer. Saturnus heeft daarentegen alleen maar waterstoflagen die van een vloeibare vorm diep in de planeet langzaam overgaan in de gasvormige variant die in de atmosfeer voorkomt, zonder een duidelijke grens. Het magnetisch veld, dat door elektrische stromen in het inwendige wordt opgewekt, is veel minder sterk dan dat van Jupiter. Saturnus leert ons dat de gigantische wervelstormen hun bestaansrecht niet alleen ontlenen aan Joviaanse omstandigheden. Ook op deze geringde planeet manifesteren zich atmosferische verschijnselen die sterk doen denken aan de Grote Rode Vlek op Jupiter. De atmosfeer van Saturnus vanuit de ruimte gezien vertoont een patroon van vele vage strepen en banden die overeenkomen met die van Jupiter. De grote ringen van Saturnus bestaan grotendeels uit ijsklompen, variërend van een paar centimeter tot een paar kilometer in doorsnede. IJs weerkaatst licht erg goed, en daarom zijn de ringen zo mooi zichtbaar. Over de oorsprong van het ringenstelsel van Saturnus bestaat onder de astronomen nog geen eensgezindheid. Er zijn 65 natuurlijke manen en maantjes bekend. Vier manen hebben een doorsnede tussen de 1050 en 1530 kilometer. Maan Titan is met een doorsnede van 5150 kilometer het grootst en daarmee ook duidelijk groter dan onze eigen Maan.

  • Uranus

    De planeet Uranus

    Diameter : ± 51.118 kilometer (equator) 49.946 kilometer (polair)
    Afstand tot de zon : ± 2.869.000.000 kilometer
    De omlooptijd om de zon : 84,07 jaar (aardse jaren)
    Omwentelingstijd eigen as : 17 uur en 14 minuten (aardse tijd)
    Aantal bekende manen : 27

    Uranus is een zogenoemde ijs-reus en is na de 2 gas-reuzen Jupiter en Saturnus de grootste planeet in ons zonnestelsel. Uranus draait op een afstand van gemiddeld bijna drie miljard kilometer om de Zon en is de dichtstbijzijnde planeet die niet met het blote oog aan de Aardse hemel gevonden kan worden. Tot op heden heeft slechts één ruimtesonde de planeet benaderd; de in 1977 gelanceerde Voyager 2 passeerde de planeet op 24 januari 1986 op een afstand van circa 9,1 miljoen kilometer. Hij ontdekte 2 nieuwe ringen van Uranus en een aantal onvolledige ringen. Tijdens deze missie heeft de sonde foto's van de planeet en zijn ringen naar de Aarde gestuurd en is vervolgens doorgereisd naar Neptunus. Ook enkele nieuwe manen werden ontdekt, zoals Cordelia en Ophelia. Al lang voordat de ruimtesonde bij Uranus aankwam, was bekend dat deze ijs-reus zijn egale blauwgroene uiterlijk voornamelijk ontleende aan het methaan dat aanwezig is in de bovenste lagen van zijn atmosfeer. Samen met Neptunus vertoont Uranus grote overeenkomsten met de kern van de gas-reuzen Jupiter en Saturnus. Het grote verschil met deze twee planeten is de afwezigheid van een omringende mantel van metallisch waterstof. Het al dan niet aanwezig zijn van een magnetisch veld bij de planeet Uranus bleef lange tijd een interessante kwestie. De vlucht van de Voyager 2 bracht echter uitkomst. In tegenstelling tot Jupiter kunnen we bij Uranus niet spreken van een uitzonderlijk krachtig magnetisch veld. De windsnelheid op Uranus varieert tussen de 100 en 600 kilometer per uur.

  • Neptunus

    De planeet Neptunus

    Diameter : ± 49.528 kilometer (equator) 48.684 kilometer (polair)
    Afstand tot de zon : ± 4.497.000.000 kilometer (gemiddelde afstand)
    De omlooptijd om de zon : 164,89 jaar (aardse jaren)
    Omwentelingstijd eigen as : 16 uur en 6 minuten (aardse tijd)
    Aantal bekende manen : 14

    De buitenste ijs-reus in het zonnestelsel verdient nog meer dan onze Aarde de loffelijke titel "Blauwe Planeet". Neptunus heeft zijn diepe blauwe kleur te danken aan een hoge concentratie methaan in de bovenste laag van zijn atmosfeer. In dat opzicht zou de planeet dus eigenlijk op Uranus moeten lijken. Maar omdat de nevelige smoglaag, die zich ook op Neptunus enkele tientallen kilometers hoger ophoudt en minder dik is, worden de blauwe kleuren nauwelijks gedempt en zijn er allerlei onderliggende structuren, zoals wolkenbanden en wervelstormen, welke uitstekend zichtbaar zijn. De interne structuur van Neptunus wijkt nauwelijks af van die van Uranus. In een laag onder de buitenste dampkring hebben zich grote hoeveelheden moleculair waterstof, helium en methaan verzameld. Met behulp van de Hubble ruimtetelescoop zijn in de atmosfeer van Neptunus de hoogste wind-snelheden van het zonnestelsel gemeten die rond de evenaar kunnen oplopen tot 2000 kilometer per uur. Vermoedelijk worden deze stormen veroorzaakt door de warmte-uitstraling van de planeet. Veel van wat we weten van Neptunus komt door de passage van ruimtesonde Voyager 2 in 1989, dit is tot op heden het enigste bezoek vanaf de Aarde geweest aan deze planeet. De langst bekende maan van Neptunus is Triton. Pas in 1949 werd door Gerard Kuiper de tweede maan Nereïde ontdekt. Het hart van het magnetisch veld van Neptunus ligt - evenals bij Uranus - opvallend ver van de planeetkern; in dit geval zelfs bijna op een halve planeetstraal. Gemiddelde temperatuur: -220° graden Celsius. Berekend is dat hij over ± 100 miljoen jaar zal neerstorten op het blauwe oppervlakte van Neptunus.

  • Pluto

    De dwergplaneet Pluto

    Diameter : ± 2.324 kilometer
    Afstand tot de zon : ± 5.900.000.000 kilometer (gemiddelde afstand)
    De omlooptijd om de zon : 248,2 dagen (aardse dagen)
    Omwentelingstijd eigen as : 6,4 dagen (aardse dagen)
    Aantal bekende manen : 5

    De enorme afstand van Pluto maakt het voor aardse waarnemers moeilijk om iets over zijn oppervlak te weten te komen. De dwergplaneet Pluto is volgens de meest gangbare theorieën volledig opgebouwd uit gesteenten (silicaten) met daaromheen een mantel van bevroren water. Pluto’s oppervlak moet grotendeels bestaan uit bevroren stikstof, methaan en koolstofmonoxide. De temperatuur aan zijn opper-vlak bedraagt namelijk gemiddeld -215° graden Celsius. Hiermee doet Pluto zijn tweede titel, ‘ijsdwerg’, zeker eer aan. De baan van Pluto is zo excentrisch dat dit hemellichaam gedurende 20 jaar van zijn 248,2 jaar durende omlooptijd dichter bij de Zon staat dan Neptunus. Pluto's manen zijn: Charon (diameter: 1205 km.), Nix (diameter: 93 km.), Hydra (diameter: 110 km.), Kerberos (diameter ± 13-24 km.) en Styx (diameter ± 5-22,5 km.). De eerste onbemande missie naar Pluto werd gelanceerd op 19 januari 2006. De NASA-ruimtesonde 'New Horizons' is sinds die datum onderweg om op 14 juli 2015 met hoge snelheid de dwergplaneet te passeren. Als de sonde daar is aangekomen in 2015 zal dat een hoop nieuwe informatie opleveren. Na alle geplande missies uitgevoerd te hebben met de sonde zal men 'New Horizons' eindeloos verder het heelal in laten vliegen. Eerst naar de rand van het zonnestelsel, en dan totdat ooit eens het contact met de sonde zal verdwijnen omdat hij te ver weg is.

  • Eris

    De dwergplaneet Eris

    Diameter : ± 2326 kilometer
    Afstand tot de zon : ± 10.127.775.846.390 kilometer
    De omlooptijd om de zon : 557 jaar (aardse jaren)
    Aantal bekende manen : 1

    Eris is een dwergplaneet en behoord tot de groep (SDO's) Scattered Disk Objects: dit is een groep planetoïden in de buitenste regionen van het zonnestelsel. Om deze dwergplaneet draait een maan, Dysnomia geheten met een diameter van ± 250 kilometer. Eris werd reeds gefotografeerd in 2003, maar pas in 2005 werd de dwergplaneet geïdentificeerd als een bewegend object in ons zonnestelsel. Eris bevindt zich in de Kuipergordel. In 1955 was het de Nederlander Gerard Kuiper die, naar aanleiding van een zoektocht naar de herkomst van kometen, het bestaan van een gordel suggereerde waarin zich restanten van het ontstaansproces van het zonnestelsel zouden bevinden. Dertig jaar later bekrachtigden computersimulaties de theorie van Kuiper. Na de vorming van de planeten in de binnenste regionen van het zonnestelsel, moest op ongeveer 50 tot 100 AE een grote schijf van stof en gas zijn achtergebleven. Hierin zijn vervolgens geen planeten gevormd, maar voornamelijk kleine ijzige hemellichamen. Binnen de populatie van de Kuipergordel bevinden zich grofweg twee soorten objecten op: kometen en ijsdwergen. Het is niet eenvoudig een scherp onderscheid tussen de twee te maken. Objecten in beide categorieën bestaan waarschijnlijk grotendeels uit vergankelijke stoffen in ijzige toestand. Dit verklaard de temperatuur op Eris van ± -243° Celsius. De NASA-ruimtesonde 'New Horizons' is sinds 2006 onderweg en zou z'n eerste Kuiperobject kunnen bezoeken rond 2020. Het is dan de eerste keer dat een ruimtesonde de Kuipergordel gaat onderzoeken.


Het begin; 13,75 Miljard jaar geleden: een explosie van een oer-atoom: de oerknal (Big Bang theorie van Georges Lemaître, 1931). Tegelijkertijd met de oerknal zijn ruimte en tijd ontstaan. Deze theorie is gebaseerd op een voortdurend uitdijend heelal. 4,5 Miljard jaar geleden: in een interstellaire gaswolk ontstond de Zon. Het overgebleven gas koelde af en er ontstonden stukken ijs, steen en metaal, die aan elkaar vast begonnen te kitten. De grote brokken (protoplaneten) verzamelden het nog overgebleven materiaal. Er bleven een aantal asteroïden en meteoren over. Na een miljoen jaar kregen de protoplaneten een stabiele baan om de zon. De planeten en manen werden vervolgens gevormd door laatste grote botsingen tussen de protoplaneten. Ongeveer 4 miljard jaar geleden vond er een kosmisch bombardement plaats, hierdoor ontstonden op veel manen en planeten grote kraters.



Sitemap    –     Privacybeleid    –     Disclaimer
Last Modified: zondag 17 september 2017



Museum de Oersprong

meld u het volgende :


Uw beeldschermformaat is te klein

om deze pagina weer te geven!


Minimale vereisten :


"1024 × 768" pixels.


Onze excuses voor het ongemak


Museum de Oersprong

Terug naar de Homepage